|
Gouden regels voor
terreinrijden - Loop niet te hard van stapel. Bekijk het terrein goed alvorens
er met de auto in te rijden. Stuur de bijrijder eventueel op
verkenning uit. Peil de diepte van beken, sloten en grote
waterplassen. - Hou de handen stevig aan het stuur en leg
de duimen aan de buitenzijde op het stuur. Dit
voorkomt een gebroken duim mocht het stuurwiel ineens als gevolg van
een diepe kuil uit de handen slaan
- Schakel bij het rijden
op onverharde grond de vierwielaandrijving in (H4).
Bij zeer heuvelachtig of modderig terrein verdient de lage stand L4
de voorkeur. In dat geval moet de auto absoluut eerst stilstaan. Dus
neem de beslissing op tijd en niet op het moment dat de auto op een
helling staat of vast is geraakt in modder dan wel mul zand.
- Hou de voet zoveel mogelijk van het koppelingspedaal.
Gebruik dat alleen bij schakelen. Vermijd rijden met
een slippende koppeling om extra slijtage te voorkomen. Schakel bij
zwaar werk op tijd terug naar een lagere versnelling. Of gebruik 4L
wanneer langzaan rijden noodzakelijk is.
-
Geef niet overdreven veel gas. Spinnende
wielen en opspattend water zijn een bewijs van weinig grip. Het is
natuurlijk wel spectaculair. - Mocht
de motor afslaan bij een steile klim, trap dan niet de koppeling in.
Want dan stort de auto in volle vaart naar beneden. Zet eerst je
voet stevig op de rem, ontkoppel, schakel de achteruitversnelling in
(let er ook op dat je kiest voor L4), laat het koppelingspedaal los,
vervolgens de rem en start de motor. De auto zal nu rustig in zijn
lage gearing achteruit rijden. Zonodig rem je wat bij. Eenmaal
onderaan de helling, kun je opnieuw een klimpoging wagen, maar dan
in het juiste verzet zodat de motor niet afslaat.
- Rem rustig. Met blokkerende
wielen is de auto onbestuurbaar.
-In
mul zand is het slim de bandenspanning te verlagen naar 1,2 bar.
Dan hebben ze meer grip. - Bij grote
oneffenheden is het belangrijk alle vier en tenminste drie wielen
aan de grond te houden. Komen twee banden diagonaal
los, dan is alle tractie weg door de werking van het differentieel.
Sommige modellen van Mitsubishi zijn uitgerust met een lockfunctie
op het achterdifferentieel. Dat biedt in zo'n situatie uitkomst.
- Rijd langzaam door een diepe plas.
Een golf water staat stoer, maar de kans bestaat dat de motor een
slok inneemt via de luchtfilter. Water laat zich niet samenpersen in
de cilinder, zodat het letterlijk buigen of barsten is. Een verbogen
krukas of gebroken drijfstangen zijn het gevolg en dus forse en
kostbare motorschade.
- Rijd een helling bij voorkeur recht op of af
en niet diagonaal om het risico van kantelen uit te sluiten.
-Bekijk
de velgranden goed na een rit door zand of modder. Op
het asfalt kunnen klonten aarde voor een enorme onbalans zorgen. zie
ook banden
Veel plezier |